Fatima Moreira de Melo

fatimaDe wereld volgens Fatima.

Fatima Moreira de Melo (1978) is een bekende Nederlands oud-hockeyspeelster. Haar vader is een in Nederland gevestigde Portugesediplomaat. Ze speelde 257 officiële interlands (35 doelpunten) voor de Nederlandse hockeyploeg. Ze nam driemaal deel aan de Olympische Spelen, in 2008 veroverde het team de gouden medaille op de Olympische Spelen van Peking.

Naast haar carrière als hockeyster studeerde Moreira de Melo rechten aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam, waar ze tevens lid was van studentenvereniging RSV Sanctus Laurentius. Moreira de Melo had een kleding-en hockeyschoenenlijn bij Le Coq Sportif en had een wekelijkse column in t AD. Ze presenteerde voor Talpa het programma ’t Mannetje en bij het experimentele NOX. Vanaf december 2006 was ze het gezicht van de Rabobank, als opvolger van het personage Jochem de Bruin.

In februari 2005 poseerde Moreira de Melo voor het tijdschrift FHM. In 2007 werd ze door de website Mokkels.nl gekozen tot Babe of the Year, in de Battle of the Babes.

Moreira de Melo speelde in het najaar van 2009 voor drie maanden de rol van fysiotherapeut in de BNN soap Onderweg Naar Morgen.

Tegenwoordig is Moreira de Melo professioneel pokeraar en speelt ze voor Team PokerStars Sportstars, waar ook Boris Becker voor speelt.
Ze is tevens het gezicht van sieradenmerk Zinzi samen met Kim Feenstra en heeft daar een eigen sieradenlijn.

In 2012 was Moreira de Melo de winnares van de realitysoap Expeditie Robinson.

Volgens Fatima is het heel simpel. Je doet iets òf omdat je het leuk vindt, òf omdat je er geld mee verdient. En het mooiste is natuurlijk als je het leuk vindt en er gruwelijk veel geld mee verdient. En anders doe je het niet.

“En als ik dan iets doe” zegt ze, “dan bereid ik me van top tot teen voor. Daar ben ik dan heel lang mee bezig.” Zoals voor Expeditie Robinson, daar is ze dan weken mee bezig, en ligt in bed eindeloos te denken welk shirtje ze in zal pakken, het leuke shirtje of het shirtje dat snel droogt.

En als dan het moment daar is, het spel begint, dan wil ze winnen. Dan doet ze enorm haar best en haalt ze alles uit de kast. En dan wint ze, en dan is ze supertrots. Want dank zij haar voorbereiding en haar tactisch inzicht heeft ze gewonnen.

Tja, en verlies je? Dan pech. Maar dan heb je wel je best gedaan. En dan gaat ze over tot de orde van de dag. Tenzij ze een fout heeft gemaakt. Dan gaat ze zitten om hem te analyseren. Neemt ze zich voor dat niet meer fout te doen, en dan is ze het ook kwijt.

Wanneer ik Fatima vertel dat er vrouwen zijn die een fout eindeloos in zichzelf repeteren, daar wakker van liggen, en zich daar eindeloos rot onder blijven voelen, kijkt ze me verwonderd aan: “Dat is toch zinloos?”.

Fatima vindt het vanzelfsprekend om zichzelf de credit te geven van haar prestaties. Ze wijt dat aan haar opvoeding. Ze is enigst kind, met een Portugese vader en een Nederlandse moeder. En bij haar ouders was alles goed als ze maar haar best deed. En als ze maar bij een probleem naar een oplossing zocht. “Valt er iets. Niet erg, kan gebeuren. Maar wel even de rommel opruimen.” Ze heeft van haar ouders meegekregen dat ze goed is zoals ze is. En dat dat zowel in Nederland en in Portugal niks uitmaakt, ze is goed zo. Maar haar deels Portugese achtergrond maakt wel dat ze wat extraverter en minder bescheiden is.

Want daar heeft ze een broertje dood aan, aan valse bescheidenheid. En daar zijn wij Nederlanders goed in, en vrouwen al helemaal.

En dan vertelt ze over haar ervaringen als hockeytrainster van pupillen. dat ze dan zei”Kom, we gaan de backhandslag doen.” De jongens riepen dan “Oh, die ken ik al, daar ben ik heel goed in” en de meisjes zeiden “Oh nee, de backhandslag. Oh nee, die kan ik niet hoor”. En wat bleek, de meisjes waren zeker niet slechter dan de jongens, sterker nog, vaak pikten de meisjes het sneller op dan de jongens.

Die onzekerheid ziet ze ook veel vaker bij vrouwen dan bij mannen. En soms vindt ze dat lastig om mee om te gaan. Zeker bij zo’n onzekere vrouw, die wil ze dan niet kwetsen dus dan houdt ze zich in. Dan gaat ze niet vertellen welk succes ze heeft behaald maar bagatelliseert ze het een beetje. Terwijl ze dat bij mannen nooit hoeft te doen. Want die mannen, die vinden dat wel cool bij haar. En die proberen haar dan te overtroeven met een groter succes. En daar heeft ze dan wel lol in.

Wanneer ze vertelt over haar jeugd, dat ze graag buiten speelde met de jongens, dan straalt ze. Ze heeft er goede herinneringen aan. Zo ook aan haar tijd in het Nederlands hockeyteam. Het was heel hard werken. En er was competities tussen de teams, maar ook in het team zelf. Al die meiden wilden maar wat graag een plek in het team hebben en houden. Ze houdt van die competitie. Het haalt het beste in haar naar boven, ze gaat er voor. En ze kan goed de competitie scheiden van de persoon. Als iemand haar op het veld iets flikt, dan kan ze daar na de wedstrijd nog steeds een borrel mee drinken. Net zoals kerels dat doen. Lachend zegt ze “volgens mij heb ik gewoon een beetje veel testosteron’.

Maar soms is het ook eenzaam. Want zegt ze “je hoort nooit echt bij kerels. Je bent nooit ‘one of the guys’. Maar je hoort ook niet bij de vrouwen. Nee afschuwelijk, dat geleuter over babies en problemen, enzo. En vrouwen (en sommige mannen) vinden me een bitch. Arrogant. Dus je zit er tussen in. Dat is niet altijd leuk. Ik vind het heerlijk om met vrouwen om te gaan die net zo zijn als ik. Ik houd ook van een make-upje en een jurkje. Maar ook van competitie. Het zou goed zijn om meer vrouwen zoals ik te laten zien. Dat geeft vrouwen misschien de moed om ook de competitie aan te gaan. Om te laten zien dat je succesvol bent. Misschien inspireert dat vrouwen.”

Het Impostor Syndrome herkent ze niet bij zichzelf. Ze weet heel goed wat ze kan. En ze stelt zich op het standpunt dat wat ze niet kan, dat ze dat kan leren. Misschien niet zo goed als een ander maar wel tot haar eigen maximum. Het gaat om je best doen, en fouten maken mag. Die gedachtes geven haar ruimte. Ruimte om vrijelijk te experimenteren. Ja zegt ze lachend, ”Ik ben een controlfreak, ik bereid me heel goed voor, maar dan kan ik het loslaten. Grappig he. En ik heb ook geleerd dat soms 80% goed genoeg is, dat 100% niet hoeft. En soms kies ik bewust voor 80%. Zoals op de Universiteit. Ik wist dat ik best beter zou kunnen scoren, maar dan zou dat ten koste gaan van mijn hockey. En hockey ging voor. Soms denk ik ook wel eens dat het leven nu zo ingewikkeld is, met al die keuzes. We moeten èn een leuke gezin hebben met perfecte kinderen, èn een leuke relatie, èn geweldig leuk werk, èn goed verdienen, etc etc.  Dat kan niet allemaal tegelijkertijd. Je moet prioriteiten stellen. En ik zie om mij heen dat vrouwen dat niet doen. Die willen alles perfect doen. Tja, dat gaat niet. Daar zou iedereen onzeker van worden.

Hoe zij dat doet? “Goed nadenken. Af en toe de rust opzoeken. En alles langs de twee pijlers van Fatima leggen: is het leuk of verdient het goed? Nee, dan doe ik het niet. Simpel.”

 

Schrijf je in voor mijn Nieuwsbrief. Gratis.

Informatie, tips, nieuws en wetens- waardigheden voor professionele vrouwen.



You have Successfully Subscribed!

Facebook

Twitter